Juridisch kader: informatieplicht met grenzen
Volgens artikel 1:377c van het Burgerlijk Wetboek en artikel 7.3.11 van de Jeugdwet hebben ouders die het gezag uitoefenen recht op informatie over hun kind. Dit geldt ongeacht bij welke ouder het kind woont of wie de behandeling heeft gestart.
Toch zijn er omstandigheden waarin u informatie mag of moet beperken:
- Als het belang van het kind zich verzet tegen het delen van informatie;
- Als het delen de privacy van een derde (bijvoorbeeld de andere ouder) zou schenden;
- Of wanneer het delen van gegevens niet noodzakelijk is voor het doel van de informatieverstrekking, zoals de AVG voorschrijft.
Kort gezegd: u moet informeren, maar niet meer dan nodig is.
De AVG: noodzaak en proportionaliteit
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is ook hier leidend. De AVG vraagt van instellingen dat u alleen persoonsgegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor het doel van de communicatie.
Dat betekent in de praktijk:
- Deel alleen wat relevant is voor het kind en het ouderlijk gezag.
- Verstrek geen persoonlijke informatie van de andere ouder.
- Beperk de inhoud tot feitelijke, noodzakelijke gegevens (geen meningen of subjectieve observaties).
- Leg in het dossier vast waarom u bepaalde informatie deelt of juist achterhoudt.
Praktische aanpak voor zorginstellingen
- Controleer altijd wie gezag heeft
Gebruik het gezagsregister om vast te stellen of beide ouders gezag hebben. Alleen gezagdragende ouders hebben recht op informatie.
- Bepaal het doel van de informatie
Gaat het om medische continuïteit (zoals een brief voor de huisarts)? Of om ouderlijke betrokkenheid bij een behandeling? Het doel bepaalt de omvang van de informatie.
- Stem de inhoud af per ontvanger
Een effectieve werkwijze is om twee versies te gebruiken:
- De huisarts of vervolgbehandelaar ontvangt een volledige brief.
- De andere ouder ontvangt een korte, feitelijke melding over de status van de behandeling zonder details of persoonsgegevens van derden.
- Communiceer transparant met ouders
Leg aan ouders uit waarom u beide gezagdragende ouders informeert, maar ook dat u zorgvuldig omgaat met gevoelige gegevens. Zo voorkomt u misverstanden en klachten.
- Documenteer de afweging
Noteer altijd in het dossier:
- Welke informatie u heeft verstrekt (en aan wie).
- Waarom u de informatie heeft beperkt of aangepast.
- Of er sprake was van bezwaar van één van de ouders.
Deze documentatie helpt bij interne verantwoording en bij klachtenafhandeling.
Voorbeeld uit de praktijk
Een ouder-kind behandeling wordt afgesloten. De ene ouder vraagt aan de zorgverlener om de andere ouder geen brief te sturen. Als instelling kunt u dan besluiten:
- De huisarts ontvangt de volledige afsluitbrief, om de zorgcontinuïteit te waarborgen.
- De andere ouder ontvangt een korte brief met de mededeling dat de behandeling is afgerond en dat hij/zij bij vragen een inzageverzoek kan doen.
Zo voldoet u aan de wettelijke informatieplicht, terwijl u de privacy van het kind en de andere ouder respecteert.
Beleidsmatig borgen binnen uw organisatie
Het is verstandig om als zorginstelling helder beleid te hebben over informatieverstrekking aan gescheiden ouders. Denk aan:
- een protocol waarin staat hoe u de belangenafweging maakt;
- standaardteksten voor brieven aan beide ouders;
- en een vaste werkwijze voor het vastleggen van afwegingen in het dossier.
Betrek hierbij de functionaris gegevensbescherming (FG) of privacy officer. Zo waarborgt u consistentie en rechtszekerheid.
Neem dan contact met ons op.