/kennisbank/artikel/oneerlijke-handelspraktijken-bw6/ 2026-04-16T14:45:14+00:00 e4e9f08c
Ga naar de inhoud

Wet Oneerlijke handelspraktijken (BW6)

De Wet oneerlijke handelspraktijken is onderdeel van het Burgerlijk Wetboek en beschermt consumenten tegen een misleidende of agressieve benadering door verkopers. De wet omschrijft handelspraktijken als ‘handelingen die rechtstreeks verband houden met promotie voor en de verkoop van producten of diensten aan consumenten’.

Oneerlijke handelspraktijk

De beslissingsbekwaamheid van de gemiddelde consument is het uitgangspunt om te toetsen of een handelspraktijk oneerlijk is. Handelaren moeten volgens de wet handelen met professionele toewijding. Dit betekent dat zij zich aan de vereisten van professionele toewijding houden en eerlijke, duidelijke informatie geven. Zo krijgt de consument de kans om een geïnformeerd besluit te nemen.

 

Het oordeel of een handelspraktijk oneerlijk is, hangt mede af van de wijze waarop en de manier waarop informatie wordt gepresenteerd. Daarbij spelen de identiteit en hoedanigheid van de handelaar een belangrijke rol. De wet eist dat handelaren handelen met professionele toewijding en eerlijke informatie verstrekken, zodat de consument een geïnformeerd besluit kan nemen. Het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen staat centraal bij de beoordeling van oneerlijke handelspraktijken. Wordt deze mogelijkheid ontnomen door misleiding of agressieve benadering? Dan is er sprake van een oneerlijke handelspraktijk. Het maakt niet uit wat het besluit is en of er daadwerkelijk een aankoop is gedaan of een overeenkomst gesloten. De bewijslast ligt bij de ondernemer als deze wordt verweten dat hij een oneerlijke handelspraktijk heeft verricht.

Misleidende en agressieve verkoop

Er is sprake van agressieve verkoop als een verkoper iemand onder druk een product laat kopen of een dienst laat afnemen. Bijvoorbeeld door intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding.

 

Bij misleidende verkoop kan er sprake zijn van twee verschillende situaties:

  • Misleidende handeling: als een verkoper onjuiste informatie verstrekt aan de consument over een product of dienst. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een verkopende partij ten onrechte vermeldt lid te zijn van bepaalde (branche)organisaties.
  • Misleidende omissie: als een verkoper niet alle essentiële informatie deelt waarmee de consument een geïnformeerde keuze kan maken. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de verkopende partij zonder medeweten van de consument een abonnement afsluit, terwijl er in een advertentie alleen sprake is van een proefnummer.

 

Gevolgen van oneerlijke handelspraktijken:

Als er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk, mag de consument de verkoopovereenkomst vernietigen. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) ziet toe op naleving van de Wet oneerlijke handelspraktijken.

 

Meer weten over de regels vanuit de Oneerlijke handelspraktijken? Lees hieronder de meest gestelde vragen omtrent deze wet- en regelgeving of bekijk onze e-learnings en klassikale trainingen.

Arjen van Eeuwen
Jitty van Doodewaerd

Heeft u een vraag over deze wet?

Onze experts beantwoorden uw vraag binnen één werkdag

Stel uw vraag

Is uw vraag nog niet beantwoord?

Stel uw vraag over Oneerlijke handelspraktijken (BW6) aan onze experts.

Stel uw vraag