Samenwerkingsverbanden

Samenwerkingsverbanden zijn verbanden van overheidsinstanties en private partijen die gegevens delen en gezamenlijk verwerken. Bijvoorbeeld bij vermoedens van fraude of georganiseerde criminaliteit.

In het wetsvoorstel wordt wettelijk geregeld dat de volgende samenwerkingsverbanden gegevens kunnen delen met elkaar en met andere partijen, zoals banken:

  • Financieel Expertisecentrum (FEC);
  • Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV);
  • Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s);
  • Zorg- en Veiligheidshuizen (ZVH’s).

Volgens het voorstel mag de regering later nieuwe samenwerkingsverbanden aanwijzen, die ook weer gegevens mogen delen.

Gaat verder dan SyRi

AP-voorzitter Wolfsen erkent zonder meer dat de aanpak van ‘ondermijnende’ criminaliteit heel belangrijk is.

‘Maar dat moet je wel netjes regelen. Aan de Toeslagenaffaire en het FSV-schandaal hebben we gezien hoe mensen in de knel kunnen komen. Dit wetsvoorstel gaat verder. Het gaat ook verder dan het sterk bekritiseerde SyRi.’

‘Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk dat nog veel meer instanties persoonsgegevens met elkaar delen, zonder dat er duidelijk iets aan de hand is. En niet alleen overheidsinstanties, ook private partijen. Hier ligt het risico van massasurveillance op de loer.’

‘Dat kan ingrijpende gevolgen hebben. Ook voor gewone, nietsvermoedende mensen. Het zou natuurlijk niet moeten kunnen dat jij op het verkeerde lijstje terecht komt, omdat je jaloerse buurman heeft gemeld dat je wel een erg dure auto hebt voor jouw salaris. En dat je daardoor geen hypotheek kunt krijgen. Deze wet sluit dat niet duidelijk uit.’

Vage doelen

Het doel van de samenwerkingsverbanden om persoonsgegevens op grote schaal te delen, op te slaan en te analyseren is niet duidelijk genoeg omschreven in het wetsvoorstel. Volgens de regering gaat het bij elk samenwerkingsverband om ‘zwaarwegende algemene belangen’. Maar er staat niet duidelijk bij welke dan precies.

Wolfsen: ‘Stel, een samenwerkingsverband wil persoonsgegevens delen met als doel ‘ernstige criminaliteit’ tegen te gaan. Maar wat geldt dan als ernstige criminaliteit? Hebben we het dan over een moord? Drugshandel? Enorme fraude of ook het vermoeden dat de penningmeester van de sportclub een keer 50 euro in eigen zak heeft gestoken? Waar ligt de grens? Dat moet heel duidelijk zijn, wil je zo’n grote inbreuk maken op de privacy van mensen.’

Daarnaast wil iCOV ook gegevens delen om ‘toezicht te houden op een goede werking van de markt’.

Wolfsen: ‘Dat is natuurlijk absoluut geen gerechtvaardigd doel om op zulke schaal gegevens van mensen te verwerken.’

Vage signalen

Volgens het wetsvoorstel mogen samenwerkingsverbanden al bij ‘een signaal’ aan het werk gaan en gegevens met elkaar delen en analyseren. Dat signaal is vaag omschreven.

En al bij ‘een eerste vermoeden van onrechtmatige activiteiten’ kunnen zij gegevens delen met ‘andere partijen’ als dat noodzakelijk is. Er staat ook niet bij om welke ‘andere partijen’ het dan gaat.

Dat betekent dat iemand heel snel door de mangel kan worden gehaald.

Veel soorten gegevens

Het gaat bovendien om ruime categorieën van persoonsgegevens die samenwerkingsverbanden met elkaar mogen delen.

Voor het RIEC gaat het bijvoorbeeld om burgerservicenummers, woonsituatie, verblijfstatus, financiële gegevens, politiegegevens en zelfs gegevens over seksueel gedrag en seksuele geaardheid.

Bovendien gaat het niet alleen om gegevens van mensen zelf, maar ook van hun familie en vrienden.

Deur wagenwijd open

Tot slot is in het wetsvoorstel opgenomen dat de regering nieuwe samenwerkingsverbanden kan aanwijzen met een algemene maatregel van bestuur. Dat is wetgeving die de Eerste en Tweede Kamer niet kunnen wijzigen.

Wolfsen: ‘Het wetsvoorstel zet de deur wagenwijd open voor een onbegrensde surveillance door een onbegrensde hoeveelheid partijen, publiek en privaat. En betrekt daarbij het parlement niet zoals dat hoort. Wij adviseren de Eerste Kamer daarom dringend om dit wetsvoorstel niet aan te nemen.’

Bron: autoriteitpersoonsgegevens.nl