Achtergrond is dat de
gemeente Den Haag onder meer NAW-gegevens van prostituees opslaat in een
database met het oog op toezicht op de prostitutiebranche. Om in dat
kader te kunnen waarborgen dat prostituees niet worden uitgebuit of
slachtoffer zijn van mensenhandel, voeren gemeentelijke toezichthouders
intakegesprekken. Bij een positief gesprek – waarmee wordt bedoeld dat
geen tekens zijn van uitbuiting of mensenhandel – worden de gegevens van
de prostituees opgeslagen in de voornoemde database.

De gemeente heeft de AP
in oktober 2016 verzocht te toetsen of de voornoemde gegevensverwerking
rechtmatig was, met daarbij de vraag of sprake was van verwerking van
gegevens omtrent het seksuele leven zoals bedoeld in artikel 16 Wbp.
Indien sprake zou zijn van gegevensverwerking, werd verzocht ontheffing
hiervoor te verlenen. De AP oordeelde hierop dat inderdaad sprake was
van gegevensverwerking, en wees het verzoek tot ontheffing af. Hierop
ging de gemeente in bezwaar.

Als gronden voor het
bezwaar, voert de gemeente aan dat geen sprake zou zijn van een verboden
verwerking van bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 16 van
de Wbp, dat de persoonsgegevens door de betrokkene zelf zouden zijn
openbaar gemaakt, en dat het beroep op artikel 23, eerste lid, aanhef en
onder f, van de Wbp is ten onrechte afgewezen. Deze gronden worden
echter allemaal door de AP afgewezen.

Lees de beslissing van de AP hier.

Bron: Solv.nl