De toezichthouder zegt dat veel ouders, docenten en leerlingen zich zorgen maken over persoonsgegevens die worden verzameld bij digitaal thuisonderwijs tijdens de coronacrisis. “Zij vragen zich bijvoorbeeld af of de systemen die scholen gebruiken om te videobellen wel veilig zijn, of gegevens niet in verkeerde handen kunnen vallen en wat er precies met al die gegevens gebeurt.”

De AP deelt de zorgen en zegt bij onderwijsinstellingen na te gaan of ze de privacy op orde hebben. Volgens de privacywetgeving zijn deze instellingen verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens als ze gebruikmaken van beeldbellen of proctoring.

Bij proctoring worden leerlingen of studenten gemonitord tijdens het maken van een toets of examen. Zo moeten ze bijvoorbeeld foto’s maken van de ruimte waarin ze zijn en kijkt de school mee via een webcam. Ook kunnen toetsaanslagen worden geregistreerd.

Veel informatie van camerabeelden af te lezen

Bij beeldbellen is veel informatie van de webcambeelden af te lezen. “Allereerst over hoe leerlingen of studenten presteren, hoe zij zich gedragen en hoe het is gesteld met hun concentratie. Maar bijvoorbeeld ook over religieuze uitingen of wat gezinsleden doen die in de achtergrond zichtbaar zijn.”

De AP schrijft dat op die manier veel gevoelige informatie kan worden verzameld en verwerkt. “Daarom moeten onderwijsinstellingen zich afvragen of al deze gegevens daadwerkelijk noodzakelijk zijn.” Ook bekijkt de AP of er geen alternatief is dat minder impact heeft op de privacy.

Het is niet duidelijk wanneer de AP uitkomsten verwacht van het onderzoek.

Lees meer op nu.nl