De Duitse mededingingsautoriteit verbood het Facebook deze week om zonder ‘vrijwillige’ toestemming van gebruikers data binnen te halen die komen van de dochterbedrijven WhatsApp en Instagram en Duitse pagina’s waar de like- en deel-knop van Facebook te vinden zijn. De toezichthouder eist dat gebruikers voortaan de vraag voorgelegd krijgen of ze de data van die bronnen ook met moederbedrijf Facebook willen delen. En als ze nee zeggen, mag het sociale platform ze de toegang niet ontzeggen.

Dit kan grote gevolgen hebben voor Facebooks dataverzameling. De impact kan daarbij verder reiken dan de Duitse grens. Het besluit van de waakhond is nog niet definitief, Facebook gaat in hoger beroep. In een eerste reactie zeiFacebook donderdag dat de mededingingsautoriteit de concurrentie in Duitsland onderschat en de Europese privacywet verkeerd interpreteert.

Dominante marktpositie

In de kern is de beredenering van de autoriteit dat Facebook, door de enorme dataverzameling, een dominante marktpositie heeft gekregen. Het sociale netwerk is in feite te sterk geworden voor concurrenten in Duitsland, die er wel zijn maar lang niet zo’n groot marktaandeel hebben. Een alternatief maakt weinig kans.

Uit onderzoek van de Bundeskartellamt blijkt dat Facebook een marktaandeel van 90 procent heeft. Daarbij vindt de waakhond dat andere diensten, zoals Snapchat en Twitter, niet volledig vergelijkbaar zijn met ’s werelds grootste sociale netwerk.

Hetzelfde geldt voor Facebooks dochterbedrijven WhatsApp en Instagram. Tegelijkertijd stelt de waakhond dat als al deze partijen wel in dezelfde categorie zouden worden ingedeeld, Facebook alsnog een te groot marktaandeel zou hebben.

Dat het Bundeskartellamt op deze manier naar de zaak kijkt is bijzonder. Van oudsher kijken concurrentiewaakhonden naar prijsvorming bij bedrijven die nadelig is voor consumenten. De techsector lijkt met deze benadering buiten het vizier te blijven van de waakhonden, omdat hun verdienmodel anders is. Diensten zijn vaak gratis, zij leven van gebruikersdata. Dat vraagt om een andere benadering.

En met dit besluit zet de waakhond dus een stap buiten zijn traditionele werkveld. “Tot nu toe ging het mededingingsrecht over het beschermen van consumentenwelvaart en dat verandert nu”, zegt hoogleraar Mededingingsrecht Anna Gerbrandy van de Universiteit Utrecht. Volgens het Bundeskartellamt zit de schade in het feit dat gebruikers onvoldoende controle hebben over de datastromen.

Lees verder op NOS.nl