De camera-auto’s zijn in stilte van de weg gehaald. Ondanks kritische vragen van diverse raadsfracties heeft het college hier in een brief en in schriftelijke antwoorden geen melding van gemaakt.

De camerawagens rijden inmiddels weer. Voor de Autoriteit Persoonsgegevens is nog steeds de vraag of de privacy goed is geregeld. De AP hoorde pas dat de auto’s opnieuw zijn gaan rijden, toen NRC hier vragen over stelde. „Ons is uitdrukkelijk verzekerd dat dit gestopt is”, mailt de woordvoerder. „Mocht blijken dat de privacy wel degelijk in het geding is (zo lijkt het), dan treedt de AP op en kijkt of er vervolgstappen nodig zijn.”

Eurovisie Songfestival

De camera-auto’s waren oorspronkelijk bedoeld voor het afgelaste Eurovisie Songfestival. De auto’s van de dienst Stadsbeheer rijden rond op „hotspots” waar geen cameratoezicht is, zoals parken en voetbalkooien. Een meldkamer bekijkt de 360 graden-beelden live onder toezicht van de politie. Het is mogelijk signalementen en kentekens te herkennen en bij groepsvorming de politie in te schakelen.

Tijdens een raadsvergadering op 16 april zei wethouder Bert Wijbenga (VVD) dat de inzet van de camera-auto’s een besluit was van burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA), waarbij de politie en Stadsbeheer waren betrokken.

Maar de volgende dag zijn de auto’s stilgezet, zeggen woordvoerders van het college. De wettelijke regels voor het gebruik van de auto’s zijn pas achteraf, op 24 april, door de driehoek van burgemeester, politiechef en hoofdofficier van justitie vastgesteld. Daarna zijn de auto’s weer dagelijks, tussen 12 en 23 uur, gaan rijden.

Verantwoorden

Burgemeester Aboutaleb en wethouder Wijbenga moeten zich donderdag verantwoorden over de camerawagens voor een raadscommissie. Veel fracties, inclusief alle coalitiepartijen behalve de VVD, zijn verbaasd dat de raad nooit is geïnformeerd over de auto’s. D66’er Nadia Arsieni noemde ze in een opiniestuk in NRC een „paardenmiddel” zonder „democratische controle”.

In De Telegraaf en in talkshow Op1 lanceerde wethouder Wijbenga het plan om de camera-auto’s vanaf het paasweekend in te zetten. Op vragen over privacy zei hij op tv dat de gemeente daar „heel zorgvuldig” mee moest omgaan.

Hierop nam de Autoriteit Persoonsgegevens contact op met Rotterdam, zegt de woordvoerder van de toezichthouder. „De AP heeft gevraagd hoe de gemeente de privacy geborgd heeft. In de beantwoording realiseerde de gemeente dat dit onvoldoende in orde was, waarna de wagens stilgezet zijn.”

Risico’s

Gemeenten mogen alleen camera’s in de openbare ruimte inzetten als „minder vergaande middelen” niet helpen om de openbare orde te handhaven, zegt de AP. Ook moeten gemeenten bij cameratoezicht vooraf de privacyrisico’s bepalen via een zogenoemd Data Protection Impact Assessment (DPIA). De gemeente en politie hebben zo’n DPIA voor de camerawagens nog níet gemaakt, maar zijn er mee bezig.

„De privacy van bewoners is met deze inzet niet in het geding”, verzekert de gemeente desondanks op haar website. De grondslag voor de inzet vormen de Politiewet en de noodverordening wegens de coronacrisis van de Veiligheidsregio, meldt de gemeente.

De informatie van de gemeente over de camera-auto’s is op sommige punten tegenstrijdig. Op de website staat dat de camerabeelden „maximaal 14 dagen” worden bewaard, in een brief spreekt het college van „maximaal 7 dagen”. Bij Op1 kon Wijbenga ook nog niet zeggen hoe lang de auto’s zouden rondrijden. Nu spreekt het college van „een pilot” met de camera-auto’s die loopt tot en met 18 mei.

Lees meer op nrc.nl