Profileren is niet verboden

Op zich mag je als organisatie profileren. Je past dan je aanbod of werkwijze aan op de interesses of kenmerken van je doelgroep. Je moet er wel een grondslag voor hebben. Bijvoorbeeld:

  • Toestemming van de betrokkene
  • Uitvoering van de overeenkomst
  • Nakomen van een wettelijke verplichting
  • Gerechtvaardigd belang

In het kader van een hypotheekverstrekking mag een organisatie bijvoorbeeld een kredietcheck doen (overeenkomst). Op basis van cookies kan een organisatie kijken welk surfgedrag iemand vertoont (toestemming) of een organisatie maakt doelgroepen aan op basis van bepaalde kenmerken zoals leeftijd of inkomen (gerechtvaardigd belang).

De Belastingdienst had geen toestemming en het vastleggen van de tweede nationaliteit is geen verplichting vanuit de wet. Dus de Belastingdienst heeft een gerechtvaardigd belang, of niet?

Bij bijzondere persoonsgegevens gelden extra waarborgen

Wanneer organisaties gegevens over iemands ras, afkomst, nationaliteit of huidskleur opnemen in het profiel, spreken we van etnisch profileren. Bij een dergelijke profilering is sprake van het verwerken van bijzondere persoonsgegevens (ras, nationaliteit). Op het verwerken van bijzondere gegevens geldt een verbod onder de AVG, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is, zoals uitdrukkelijke toestemming of de noodzaak om redenen van zwaarwegend algemeen belang. Naast uitzonderingen in de AVG, bevat de Uitvoeringswet AVG (UAVG) specifiek voor nationaliteits- en rasgegevens nog een aanvullende uitzondering: de noodzakelijke verwerking voor de identificatie van de persoon of voor de noodzakelijke verwerking in het kader van een diversiteitsbeleid.

De vraag is of de Belastingdienst kan hardmaken dat zij de betreffende gegevens heeft verwerkt onder een uitzondering uit de (U)AVG.

Geautomatiseerde besluitvorming

Het nemen van besluiten op basis van iemands’ profiel, kan door nieuwe technologische ontwikkelingen ook steeds verder geautomatiseerd worden. Profilering en geautomatiseerde besluitvorming worden onder de AVG dan ook vaak samen genomen omdat juist de geautomatiseerde beslissingen impact kunnen hebben op de privacy van de betrokken persoon. Geautomatiseerde besluitvorming mag alleen onder een aantal specifieke voorwaarden.

Met de AVG is om deze reden ook een nieuw Recht van Betrokkenen in werking getreden: het recht op een menselijke blik bij besluiten (AVG, art.22).

De Belastingdienst heeft, om controle op subsidies uit te voeren, geprofileerd op basis van afkomst en nationaliteit (etnisch profileren) en heeft naar verluidt, dit via een geautomatiseerde risico selectie bewerkstelligd (geautomatiseerde besluitvorming). Deze zaken zijn voor de AP reden om verder onderzoek te doen.

Welke andere soortgelijke voorbeelden kennen we?

Albert Heijn kwam in januari negatief in het nieuws omdat zij in een cursus voor nieuwe medewerkers afbeeldingen van klanten hadden verspreid. Hierbij werd de blanke, brildragende man bestempeld als een ‘Premiumklant’ en de getinte dame met de grote boodschappentas als ‘City budget’. Er was geen sprake van geautomatiseerde besluitvorming, maar wel van een profiel met daaraan gekoppeld een huidskleur.

Facebook is in 2014 op de vingers getikt door de AP omdat zij onterecht toestond dat adverteerders specifieke advertenties konden laten zien aan gebruikers met een bepaalde seksuele geaardheid. Hierbij is weliswaar geen sprake van etnisch profileren, maar wel van profileren met een zogenaamd ‘bijzonder persoonsgegeven’ (seksuele geaardheid).

Wellicht is de Politie de meest besproken organisatie in verband gebracht met etnisch profileren. Hier speelt het pro actief staande houden en controleren op basis van uiterlijke kenmerken, vaak iemands afkomst of huidskleur. Deze vorm van profilering is in de media veelbesproken en was in 2016 de basis voor de documentaire Verdacht, uitgezonden door 2Doc in december 2018.

Het onderzoek van de AP naar de Belastingdienst loopt nog. Los van wat de uitkomst van het onderzoek naar etnisch profileren zal zijn, blijkt maar weer hoe groot de impact van de media is op beeldvorming rondom een organisatie. Organisaties dienen daarom zorgvuldig af te wegen welke gegevens gebruikt worden bij profileren en geautomatiseerde besluitvorming en of de verwerking gebaseerd is op een wettelijke grondslag of uitzondering van de (U)AVG.