De opinie ‘Dataprocessing at work’  beschrijft
een aantal nieuwe technologieën dat steeds vaker op de werkvloer wordt
toegepast. Bijvoorbeeld technologie om internetverkeer te beveiligen,
ook van apparatuur die werknemers zelf meenemen (Bring Your Own Device).
De opinie noemt daarnaast het gebruik van wearables en gebruik van
persoonsgegevens uit sociale media van (toekomstige) werknemers. De
privacytoezichthouders geven bij elke technologie met voorbeelden aan
hoe werkgevers deze op een privacyvriendelijke wijze kunnen inzetten.
 
De
toezichthouders benadrukken in de opinie dat werkgevers zelden of nooit
een beroep kunnen doen op de grondslag van toestemming van werknemers
voor de verwerking van persoonsgegevens. Dit omdat werknemers in een
afhankelijkheidspositie verkeren en daarom doorgaans geen vrije
toestemming kunnen geven. Deze regel geldt ook voor stagiaires of
tijdelijk ingehuurde mensen. Want de privacyrechten van werknemers zijn
niet beperkt tot mensen met een vast contract.

Werkgevers zullen voor monitoringtechnologieën meestal aangewezen
zijn op de grondslag van de noodzaak van de behartiging van hun
gerechtvaardigd belang. Volgens deze opinie is het bij deze grondslag
van groot belang dat werkgevers monitoring alleen mogen inzetten als:

  • dit noodzakelijk is;
  • het doel niet kan worden bereikt op een manier die minder inbreuk maakt op de privacy;
  • de bewerking proportioneel is.

Daarnaast moeten werkgevers hun werknemers goed informeren over
dat zij bij gebruik van sommige technologieën worden gevolgd. Ze moeten
ook aangeven waarom dit gebeurt en op welke manier de risico’s voor
werknemers zijn beperkt.

Naar de Engelstalige opinie op de website van de Europese Commissie (pdf).

Bron: Autoriteitpersoonsgegevens.nl