‘Het is een moloch van een bureaucratisch ding.” Met deze woorden trok de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb in juli de stekker uit het plan om in de wijken Bloemhof en Hillesluis bijstandsfraude op te sporen met het Systeem Risico Indicatie (SyRI). „Ik kan dit niet toestaan.”

Risicoprofileringssysteem SyRI komt uit de koker van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en koppelt databestanden van de overheid. Aboutaleb zei dat het ministerie allerlei data van Rotterdammers, waaronder zorg- en politiegegevens, wilde „stapelen” in SyRI. En dat ging Aboutaleb en Pels Rijcken, huisadvocaat van de gemeente, te ver. „Zo’n werkwijze is niet proportioneel.”

Dinsdag buigt de rechtbank Den Haag zich over de legitimiteit van SyRI, voor het hele land. Een ‘privacycoalitie’ van acht partijen – waaronder het Platform Bescherming Burgerrechten, Privacy First en twee privépersonen: schrijvers Tommy Wieringa en Maxim Februari (beiden columnist bij NRC) – hebben de Staat der Nederlanden gedagvaard. Zij komen in het geweer tegen „de massale risicoprofilering van onverdachte burgers” en vragen om een verbod op het gebruik van „sleepnet” SyRI. De wet achter SyRI is volgens de partijen in strijd met privacygrondrechten. „Er bestaan betere en minder ingrijpende vormen van fraudebestrijding.”

SyRI stamt uit 2013 en is bedoeld om fraude met sociale voorzieningen op te sporen. Dat gebeurt door gegevens van burgers uit allerlei overheidsdatabases te koppelen en daar een algoritme op los te laten. Dat levert risicoprofielen op van personen met een verhoogd risico op fraude. De Sociale Verzekeringsbank (die kindertoeslag en AOW uitbetaalt), Belastingdienst, IND, UWV en de Inspectie SZW zijn alle op SyRI aangesloten. Om SyRI te gebruiken moeten gemeenten een samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangaan.

Ook voor 2013 werd op vergelijkbare manieren naar fraudeurs gezocht. Zo was er het project Waterproef dat het waterverbruik koppelde aan uitkeringsgegevens. Laag waterverbruik zou een indicatie kunnen zijn van samenwonen op een ander adres en dus van uitkeringsfraude. Na het screenen van 63.000 personen in zestig gemeenten zouden met Waterproef 42 fraudegevallen zijn gevonden.

Het toenmalige College Bescherming Persoonsgegevens (Cbp) was bijzonder kritisch op Waterproef en vergelijkbare projecten. In 2011 legde de toezichthouder de Inspectie SZW een last onder dwangsom op omdat zij in strijd met de wet mensen niet informeerde over hoe hun gegevens gebruikt werden en de gegevens te lang bewaard en slecht beveiligd werden.

Lees verder op NRC.nl