Oneerlijke handelspraktijk
De beslissingsbekwaamheid van de gemiddelde consument is het uitgangspunt om te toetsen of een handelspraktijk oneerlijk is. Neemt de consument een beslissing die hij onder normale omstandigheden, dus zonder misleiding of agressieve benadering, niet had genomen? Dan is er sprake van een oneerlijke handelspraktijk. Het maakt niet uit wat de beslissing is, en of er daadwerkelijk een aankoop is gedaan of een overeenkomst gesloten.

Misleidende en agressieve verkoop
Er is sprake van agressieve verkoop als een verkoper iemand onder druk een product laat kopen of een dienst laat afnemen. Bijvoorbeeld door intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding.

Bij misleidende verkoop kan er sprake zijn van twee verschillende situaties:

  • Misleidende handeling. Als een verkoper onjuiste informatie verstrekt aan de consument over een product of dienst. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een verkopende partij ten onrechte vermeldt lid te zijn van bepaalde (branche)organisaties.
  • Misleidende omissie. Als een verkoper niet alle essentiële informatie waarmee de consument een geïnformeerde keuze kan maken. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de verkopende partij zonder medeweten van de consument een abonnement afsluit, terwijl er in een advertentie alleen sprake is van een proefnummer.

Gevolgen van oneerlijke handelspraktijken
Als er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk, mag de consument de verkoopovereenkomst vernietigen. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) ziet toe op naleving van de Wet oneerlijke handelspraktijken. Bij overtreding kan de ACM een boete opleggen van maximaal € 450.000 per overtreding.