De Tweede Kamer heeft dinsdag 27 januari met een ruime meerderheid ingestemd met een motie die moet leiden tot een vergaand verbod op commerciële deur-aan-deurverkoop. Met 116 van de 150 stemmen sprak de Kamer zich uit voor het maximaal inperken van colportage door onder meer energie- en telecombedrijven. De politieke wens is duidelijk, maar de vraag blijft of zo’n verbod juridisch wel uitvoerbaar is. Eerdere pogingen strandden namelijk op Europese regelgeving. Het voorstel, ingediend door het CDA, is een gevolg van recente berichtgeving over agressieve en misleidende verkooppraktijken aan de deur. “Die excessen moeten stoppen,” aldus de Kamer.
Tweede Kamer stemt voor verbod op colportage, maar is dat wel haalbaar?

Commercieel, niet maatschappelijk
De Kamer benadrukt dat het nadrukkelijk gaat om commerciële verkoop. Initiatiefnemer Maes van Lanschot (CDA) maakt daarbij een duidelijk onderscheid: maatschappelijke en kleinschalige initiatieven moeten buiten schot blijven. “Kinderpostzegels moeten natuurlijk nog wel kunnen,” aldus Van Lanschot. Ook goede doelen, de SRV-wagen en vergelijkbare lokale initiatieven worden uitgezonderd van het beoogde verbod.
De motie roept de regering op om te onderzoeken hoe commerciële deurverkoop, zowel landelijk als lokaal, zoveel mogelijk kan worden beperkt.
Europese grenzen aan nationaal verbod
Toch is het niet de eerste keer dat een dergelijk verbod ter sprake komt. Al in 2023 concludeerde het kabinet dat een algeheel verbod op deur-aan-deurverkoop Europeesrechtelijk niet houdbaar is. Dat schreef Rob Jetten in een Kamerbrief. Daarin staat dat energiecontracten aan de deur verkocht mogen blijven worden. Volgens Jetten mogen lidstaten op basis van Europese regelgeving wel extra maatregelen nemen tegen oneerlijke handelspraktijken bij verkoop buiten verkoopruimten – zoals aan de deur, op straat of via de telefoon – maar mag dit niet leiden tot een algemeen of sectoraal verbod op deze verkoopmethoden.
DMCC: handhaaf misleiding, verbied geen kanaal
Volgens DMCC directeur Jitty van Doodewaerd sluit de motie niet aan bij de bedoeling van de Europese wetgever. “In de Richtlijn voor betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming staat expliciet dat lidstaten wel aanvullende beschermingsmaatregelen mogen nemen, bijvoorbeeld bij deurwerving, maar dat die altijd evenredig en niet-discriminerend moeten zijn. Verkoopkanalen mogen niet als zodanig worden verboden. De wens van de Kamer lijkt tegen dat beginsel in te gaan.” De wet maakt heel duidelijk wat misleiding is en wat niet. Toezichthouder ACM handhaaft hierop. Van Doodewaerd: “We zien ook het laatste jaar dat de ACM hier een hele belangrijke rol in pakt, door proactief te onderzoeken en handhaven bij werving voor Energie en Telecom”.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel?
Neem dan contact met ons op.